Stel dat je over een half jaar nog precies hier staat
Kort gezegd: je bent al een tijd ontevreden over je werk, het geeft je niet de voldoening en energie die je ervan wilt, en je doet er niets mee omdat het vandaag net te doen is. Een dag duurt maar 24 uur en een deel daarvan slaap je. Pas als je jezelf de vraag stelt hoe je je voelt als er over een half jaar nog niets is veranderd, schrik je van je eigen antwoord. Hieronder lees je waarom dat uitstellen zo makkelijk gaat, welke drie zinnen je jezelf daarbij vertelt, en wat je dit weekend kunt doen.
Liever luisteren? Dit artikel komt uit aflevering #134 van mijn podcast, Stel jezelf deze confronterende vraag.
Waarom je het vandaag nog wel volhoudt
Je werk is niet leuk meer, en toch sta je morgen gewoon weer op. Dat komt doordat één dag te overzien is. Je slaapt acht uur, je bent twee uur bezig met eten, aankleden en de kinderen, en dan blijven er een stuk of acht werkuren over waarvan er misschien drie echt vervelend zijn. Drie uur hou je uit. Dat lukt je al een hele tijd.
Dus als iemand je vraagt hoe het gaat, zeg je: “Druk, maar het gaat.” En dat meen je op dat moment ook. Je meet je ontevredenheid altijd aan één dag, en één dag valt bijna altijd mee.
Daarom verandert er niets. Soms heb je zo’n dag waarop je denkt: “Zo, nu is het klaar, dit ga ik niet nog een jaar doen.” En dan komt er een weekend, of een goed gesprek met een collega, en voor je het weet schuift dat gevoel weer naar de achtergrond. De dag erna denk je alweer: “Het ging wel.”
De vraag die ik in elk webinar stel
Aan het begin van een webinar stel ik altijd dezelfde vraag, en in een kennismakingsgesprek komt diezelfde vraag ook langs. Ik wil hem nu aan jou stellen.
Stel dat we elkaar over een half jaar spreken. Of over een jaar. Ik vraag hoe het op je werk gaat, en jij hoort jezelf antwoorden: “Eigenlijk is er niet zoveel veranderd, ik sta nog precies op hetzelfde punt.”
Wat doet dat met je?
De meeste mensen kijken dan even verschrikt. En dan komen de antwoorden. “Daar moet ik niet aan denken.” “Dan zou ik vooral teleurgesteld zijn in mezelf.” “Dan zit ik waarschijnlijk in een burn-out, want ik voel nu al dat ik op mijn tandvlees loop.” Laatst zei een vrouw in de bibliotheek in Veldhoven het heel kort: “Er móét iets gebeuren, want anders voel ik me over een half jaar echt niet goed.”
Kijk naar het verschil. Vraag ik hoe het vandaag gaat, dan zegt bijna iedereen dat het wel meevalt. Vraag ik naar over een half jaar, dan schrikt bijna iedereen. Dat schrikken zegt je iets. Je telt je dagen namelijk nooit bij elkaar op. Eén woensdag zonder voldoening kost je niets. Dertig woensdagen achter elkaar zorgen ervoor dat je een kort lontje hebt, dat je vermoeid raakt en dat je jezelf eigenlijk niet echt meer herkent in de persoon die je op je werk bent.
De drie zinnen waarmee je het wegschuift
Als ik doorvraag komen er bijna altijd dezelfde drie zinnen. Misschien herken je er eentje.
Ik heb kleine kinderen. Je staat om zeven uur brood te smeren, om half negen zet je ze op school af, en dan pas begint jouw dag. ’s Avonds ben je op. De gedachte dat je er ook nog iets bij moet doen om uit te zoeken wat je wilt, is de gedachte waarop je afhaakt. Alleen loopt de tijd door. De jongste gaat naar de basisschool, dan naar de middelbare, en ondertussen zit jij nog steeds op dezelfde stoel. Er komt geen jaar waarin het vanzelf rustig wordt.
Ik kan financieel geen stap terug doen. Dit is de zin die het vaakst klopt en het minst vaak is nagerekend. Je denkt aan een lager salaris, aan de auto van de zaak, en aan wat dat betekent voor je hypotheek. Reken het één keer uit. Pak je laatste loonstrook, kijk wat er netto binnenkomt, en zoek op wat er in jouw vakgebied wordt betaald voor het soort werk dat je zou willen doen. Soms schrik je. En heel vaak blijkt het verschil kleiner dan de som die je in je hoofd had.
In mijn situatie is het anders. Ik heb iemand in begeleiding met een lichamelijke beperking die dacht dat dit voor haar niet was weggelegd. Ik spreek mensen van 57 die denken dat ze te oud zijn, en mensen van 34 die denken dat ze te weinig ervaring hebben. Met die zin sluit je het gesprek voordat het is begonnen. Zolang jouw situatie bijzonder is, hoef je er niets mee te doen.
Dit is trouwens geen vrouwenverhaal. Ik spreek net zoveel mannen die precies hier zitten, en die er nog minder makkelijk over beginnen.
Wat er gebeurt als je het wegstopt
Je kunt dit gevoel een paar keer wegdrukken. Dat lukt. Na een vakantie ben je er een week of twee vanaf, en dan ben je binnen een paar dagen weer leeg. Na een goed gesprek met je leidinggevende denk je dat het beter wordt, en drie maanden later staat alles er weer net zo bij.
Want het gaat niet vanzelf over. Dat gebrek aan energie komt terug, en de vraag is alleen wanneer en in welke vorm. Soms is het een zondagavond waarop je om acht uur al naar de klok kijkt en je maag samentrekt. Soms is het een reorganisatie waarbij iemand anders de keuze voor je maakt. En soms is het je lijf dat op een dinsdagochtend niet meer wil.
Op dat moment is het niet meer makkelijk om het te negeren. Dan staat het water tot aan je lippen en moet je beslissen terwijl je er de energie niet meer voor hebt. Beslis liever nu, nu je nog kunt kiezen.
Wat je dit weekend kunt doen
Ik stel die vraag niet om je in een put te praten. Ik stel hem omdat je zelden stilstaat bij wat dat gebrek aan voldoening je in een jaar kost. Juist dat brengt je in beweging.
- Neem een half uur, zonder telefoon. Schrijf op wat je zou antwoorden als we elkaar over een half jaar spreken en er is niets veranderd. Niet in je hoofd, op papier. In je hoofd praat je jezelf er binnen twee minuten weer uit.
- Zet er een cijfer bij. Hoe erg zou je dat vinden, van 1 tot 10? Alles boven de 6 betekent dat je er iets mee moet, en dat weet je zelf ook.
- Schrijf op welke zin jij gebruikt. De kinderen, het geld, of jouw bijzondere situatie. Schrijf er daarna onder wat er zou moeten kloppen voordat die zin niet meer opgaat. Vaak is dat concreter dan je dacht.
- Zet een datum in je agenda. Bijvoorbeeld: op 1 december weet ik wat ik ga doen. Zonder datum blijf je erover nadenken, en nadenken voelt alsof je bezig bent terwijl er niets verandert.
Wil je hier zelf mee verder, dan is de Mini Kompas Cursus daarvoor gemaakt. Zeven opdrachten in zeven dagen, elke dag een mail en een kwartier werk. Je zoekt uit waarom je werk je nu energie kost in plaats van geeft, wat er wél klopt aan je werk en wat er zou moeten veranderen. Aan het eind weet je of je kunt blijven of beter kunt vertrekken. Geen lijstjes en geen open deuren, en geen gesprekken: je doet het zelf, in je eigen tempo.
Weet je niet of het aan deze werkplek ligt of aan het soort werk dat je doet, lees dan dit artikel over precies dat verschil.
Veelgestelde vragen
Ik vind het overdreven om hier zo zwaar aan te tillen. Mijn werk is prima.
Dan is dit het moment om die vraag juist wel te stellen. Als je over een half jaar op dezelfde plek staat en je schouders ophaalt, is er niets aan de hand en heb je een antwoord. Schrik je, dan weet je genoeg.
Ik weet wel dat er iets moet veranderen, maar niet wat. Waar begin ik?
Niet bij kiezen. Eerst uitzoeken waar je energie precies weglekt, want zolang je dat niet kunt benoemen, kies je de volgende baan met dezelfde bril op. Dat begint met twee weken lang bijhouden welke momenten je leegtrekken.
Moet ik dan ontslag nemen?
Nee, en dat is meestal de duurste zet. Bij een deel van de mensen die ik spreek blijkt dat ze op hun huidige plek een paar dingen kunnen veranderen waardoor ze weer met plezier naar hun werk gaan. Bij een ander deel niet, en dan vertrekken ze met een goed verhaal in plaats van uit frustratie.
Ik heb hier al eerder over nagedacht en toen is er niets van gekomen.
Dat hoor ik vaak, en het zegt niets over jou. Nadenken levert zelden een besluit op, want je hoofd komt altijd met een reden om te wachten. Wat wel werkt, is een datum, iets op papier, en iemand die de vragen stelt die je jezelf niet meer stelt.
Hoe weet ik of het aan mij ligt of aan mijn werk?
Kijk waar het zit. Gaat het over bepaalde taken of bepaalde mensen, dan is daar vaak iets aan te doen. Voel je het overal en al jaren, ook toen je nog bij je vorige werkgever zat, dan gaat het over het soort werk en niet over deze plek.
Wil je over een half jaar een ander antwoord geven?
Plan een gratis gesprek van drie kwartier. Je vertelt wat er speelt, ik stel de vragen die je jezelf niet meer stelt, en aan het eind weet je of het aan deze werkplek ligt of aan het soort werk dat je doet. Je zit daarna nergens aan vast.
Wil je eerst zelf lezen, download dan het gratis e-book 7 valkuilen die je grootste talenten blijken te zijn. Daarin lees je waarom de eigenschappen die je nu tegenhouden vaak precies je sterkste kanten zijn.