Weer aan het werk na je vakantie, en binnen drie dagen ben je weer leeg
Kort gezegd: je hebt twee weken vrij gehad en binnen drie dagen ben je net zo leeg als voor de vakantie, maar er zit meer in je dan er nu uitkomt. Dat ligt niet aan de hoeveelheid werk. Je past je de hele dag aan aan werk dat je hebt uitgespeeld: je kunt het nog steeds goed, en het geeft je niets meer terug. Hieronder lees je waaraan je het herkent, waarom vacatures kijken je niet verder helpt, en waar je dan wel begint.
Je hebt gerust, en het hielp niet
Je hebt in de vakantie uitgeslapen. Je hebt afstand genomen. Je dacht: nu begin ik weer met frisse zin. En op de tweede werkdag zit je alweer uit te rekenen hoeveel weken het nog is tot de volgende vakantie.
Dat is iets anders dan een lastige week hebben. Als je moe bent van te veel werk, dan werkt rust. Twee weken vrij en je bent er weer. Dit werkt niet zo, en dat is precies waarom je erover struikelt.
En er is nog iets. In de vakantie weet je vaak juist wél scherp wat er moet veranderen. Op een terras, of onderweg in de auto, weet je ineens precies wat je niet meer wilt. Twee weken later ben je terug, en na drie dagen lig je weer in dezelfde groef. Er is niets veranderd, en dat heldere moment ben je kwijt.
De mensen die dit tegen mij zeggen zijn geen zeurders. Het zijn mensen die na de vakantie gewoon de schouders eronder zetten en weer aan de slag gaan. En die dan tegen mij zeggen: ik snap er niks van, ik heb toch rust genomen.
Waar die moeheid dan vandaan komt
Die moeheid komt van het aanpassen. De hele dag door, in dingen die los niets voorstellen.
Je zit in een overleg dat te lang duurt en waar voor de derde keer hetzelfde besproken wordt, en je zegt er niets van. Je werkt met collega’s bij wie je geen aansluiting voelt en je doet alsof dat prima is. Je hebt een leidinggevende die over je schouder meekijkt en je slikt in wat je daarvan vindt. En ondertussen scan je de hele dag hoe je overkomt, of het handig is om nu iets te zeggen, en hoe je die professional blijft die alle ballen hoog houdt.
Van dat aanpassen kun je uitrusten, en dat moet ook. Maar zodra je terugstapt in dat werk, voel je meteen weer waar het schuurt. Daarom is de batterij binnen drie dagen weer leeg, en zou dat met drie maanden vakantie niet anders zijn.
Hoe weet je of je je werk hebt uitgespeeld?
Dit hoor ik het vaakst van de mensen die bij mij aan tafel zitten.
- Je kunt het werk nog prima. Je krijgt goede beoordelingen en je levert op tijd op. Daar zit het probleem niet.
- Je rekent in vakanties. Nog acht weken tot de volgende. Je merkt dat je dat doet en je vindt het zelf ook geen prettige gedachte.
- Er zit meer in je dan er nu uitkomt. Je weet dat je meer kunt dan wat er van je gevraagd wordt, en er is niemand die daarnaar vraagt.
- Je hebt in de vakantie niet één keer met plezier aan je werk gedacht. Wel met een knoop in je maag, over dat ene gesprek dat er nog aankomt.
- Je zegt tegen jezelf dat het na de reorganisatie beter wordt. Of na dat project, of als die ene collega weg is. Je zegt dat al twee jaar.
Wat de meeste mensen dan doen
Ik zie twee routes, en ze lopen allebei dood.
De eerste is volhouden. Ik trek het wel tot de volgende vakantie, dan zie ik het weer. Of: de organisatie is aan het veranderen, laat ik dat even afwachten. Misschien komt er nog een mooie kans voorbij. Alleen komt dat moment waarop alles ineens goed voelt bijna nooit. Je schuift het door, en je bent twee jaar verder.
De tweede is vluchten in vacatures. Je kijkt rond, en je denkt: als er iets langskomt, dan grijp ik het. Dat voelt alsof je bezig bent. Maar vraag jezelf eens hoe lang je al op die kans zit te wachten.
Waarom vacatures kijken je niet verder helpt
Zolang je niet scherp hebt wie je bent en wat je zoekt, vind je in vacatures alleen maar meer van hetzelfde. Je leest een tekst en je vraagt je af of jij in dat plaatje past. Dat is de omgekeerde volgorde.
En het heeft nog een gevolg: als jij het zelf niet scherp hebt, weten anderen ook niet waarvoor ze jou moeten benaderen. Je blijft je aanpassen aan wat er toevallig voorbijkomt, en dat neem je gewoon mee naar je volgende werkgever. Hoe dat er van dichtbij uitziet, beschrijf ik in ik zit vast in mijn werk: hoe herken je het.
De gedachten die je in slaap sussen
Er zijn twee zinnen die ik bijna elke week hoor, en ze houden mensen jarenlang op hun plek.
De eerste is: ik mag niet klagen. Je hebt een goed salaris, aardige collega’s en een baan waar veel mensen blij mee zouden zijn. Dat klopt allemaal, en het is geen antwoord op de vraag of dit werk je nog iets oplevert.
De tweede is: ik ga er vast op achteruit. Dat kan, en soms klopt het ook. Alleen weet je dat pas als je het hebt uitgerekend, en de meeste mensen rekenen het nooit uit. Het blijft een gedachte die het gesprek stopzet voordat het begonnen is.
Dit is trouwens geen vrouwenverhaal. Ik spreek net zoveel mannen die hier zitten, en die er nog minder makkelijk over beginnen.
Wat je dan wel doet
Niet meer nadenken. De mensen die bij mij komen zijn juist heel goed in denken: mogelijkheden zien, iets van alle kanten bekijken, het grotere geheel overzien. Precies daarom draaien ze rondjes. Het antwoord zit in wat je wilt, en dat is geen denkwerk.
- Houd twee weken bij wanneer je leegloopt. Eén regel per dag in je agenda: welk moment, welke taak, welk overleg. Na twee weken zie je zwart op wit waar het aan opgaat.
- Kijk naar wat je uit jezelf doet, niet naar wat je hebt geleerd. Je kunt tien dingen goed. Bij drie daarvan begin je uit jezelf, de andere zeven doe je omdat iemand het vroeg. Dat verschil breng ik in kaart met de Talent Motivatie Analyse.
- Reken die ene angstgedachte een keer echt uit. Zet op papier wat je nu verdient en wat je nodig hebt. Dan weet je of “ik ga er vast op achteruit” een feit is of een gedachte.
- Zet een datum in je agenda. Bijvoorbeeld: op 1 december weet ik wat ik ga doen. Zonder datum blijf je erover nadenken, en nadenken voelt alsof je bezig bent terwijl er niets verandert.
De mensen die met mij werken zijn niet iemand die wacht tot de volgende vakantie. Ze zijn iemand die op een gegeven moment besluit dat het genoeg is geweest, en die wil weten waar ze naartoe gaat voordat ze iets opzegt.
Veelgestelde vragen
Is het normaal dat je na een vakantie meteen weer moe bent?
Een paar dagen aanlooptijd is normaal. Ben je binnen een week terug op het niveau van vlak voor je vakantie, en gebeurt dat elke vakantie opnieuw, dan zit het niet in je rust maar in je werk. Houdt de moeheid maandenlang aan en beweegt hij nergens in mee, bespreek het dan met je huisarts, want er kan ook een lichamelijke oorzaak zijn.
Wat betekent het als je je werk hebt uitgespeeld?
Het is de zin die ik het vaakst hoor: ik heb het hier wel uitgespeeld. Het betekent dat je het werk nog steeds goed doet, en dat het je niet meer de voldoening en energie geeft die je zou willen. Je leert er niets meer, en je ziet geen uitweg. Dat laatste weegt meestal het zwaarst.
Moet ik dan meteen ontslag nemen?
Nee, en dat is bijna altijd de duurste zet. Wie vertrekt zonder te weten waar het aan lag, kiest de volgende baan met precies dezelfde bril op als de vorige. Zoek eerst uit waar het aan opgaat.
Ik ben moe, hoe weet ik of het een burn-out is?
Bij een burn-out kun je niet meer, ook al zou je willen. Bij dit gaat het nog wel, je bent er alleen met je hoofd allang niet meer bij. Twijfel je, ga dan naar je huisarts. Over het verschil gaat ook aflevering #37 van mijn podcast, Burn-out of juist bore-out door je werk.
Liever luisteren?
Dit artikel komt uit aflevering #148 van mijn podcast, Waarom uitrusten niet helpt als je je werk bent ontgroeid. Daar hoor je het hele verhaal in ongeveer een kwartier.
Wil je weten waar het bij jou aan opgaat?
Plan een gratis gesprek van dertig minuten. In een halfuur hebben we scherp waar jouw energie weglekt en wat een verstandige eerste stap is. Je zit daarna nergens aan vast.
Wil je eerst zelf lezen, download dan het gratis e-book 7 valkuilen die je grootste talenten blijken te zijn. Daarin lees je waarom de eigenschappen die je nu tegenhouden vaak precies je sterkste kanten zijn.


